ECLI:NL:GHAMS:2021:3513
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf voor bedrijfsinbraak ondanks redelijke termijnoverschrijding
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor bedrijfsinbraak bij een partycentrum. De verdachte had samen met een ander een ruit ingeslagen, schade veroorzaakt en geld weggenomen uit een bureau.
De politierechter legde een gevangenisstraf van 50 dagen op, welke straf ook in hoger beroep werd bevestigd. Het hof verving de strafmotivering en paste enkele bewijsmiddelen aan, maar handhaafde de straf gezien de ernst van het feit en het respectloze gedrag van verdachte jegens eigendomsrechten.
Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, aangezien het eindarrest niet binnen twee jaar na het instellen van hoger beroep was gewezen. Dit werd veroorzaakt door het feit dat verdachte geen bekende verblijfplaats had, Nederland had verlaten en niet traceerbaar was, waardoor de procedure werd vertraagd door internationale rechtshulpverzoeken.
Gezien deze bijzondere omstandigheden en de totale duur van ruim drie jaar en zeven maanden vanaf inverzekeringstelling, vond het hof dat volstaan kon worden met een constatering van de termijnoverschrijding zonder strafvermindering. De straf van 50 dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorarrest werd gehandhaafd.
Uitkomst: Bevestiging van 50 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest ondanks redelijke termijnoverschrijding.