Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering van de benadeelde partij
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2021 aangevochten door de verdachte, die werd veroordeeld voor diefstal in een hotelkamer. Het hof heeft het hoger beroep beperkt tot het feit met parketnummer 13-091726-20 en de bewezenverklaring van de rechtbank bevestigd. Wel is de opgelegde straf vernietigd en opnieuw vastgesteld.
De verdachte stal op brutale wijze de jas van de aangever, wat getuigt van geen respect voor eigendomsrechten. De verdachte was ten tijde van het feit in proeftijd wegens een eerdere veroordeling voor een vermogensdelict. Het hof heeft rekening gehouden met deze omstandigheden en met de straf die de verdachte in een andere strafzaak ontving. Gezien de ernst van het feit acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.
Het hof heeft de straf verminderd tot 1 maand gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Daarnaast zijn de in beslag genomen verdovende middelen teruggegeven aan de verdachte, omdat deze niet dienden voor het plegen of voorbereiden van soortgelijke feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij is in hoger beroep niet herhaald en blijft daarmee buiten beschouwing.
Uitkomst: Het hof bevestigt de bewezenverklaring diefstal, vermindert de straf tot 1 maand gevangenisstraf en beveelt teruggave van verdovende middelen.