ECLI:NL:GHAMS:2021:353
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 28 januari 2021 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 5 maart 2019. De verdachte, geboren in 1975 en thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad, had geen schriftelijke grieven ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
De advocaat-generaal had verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij het onderzoek van de zaak in hoger beroep.
Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de raadsheren D. Radder, M.J.A. Duker en L.I.M. van Bergen, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 januari 2021.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.