ECLI:NL:GHAMS:2021:3585
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs dwang bij feitelijke aanranding
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, bevestigd waarbij verdachte werd vrijgesproken van feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De zaak betrof een incident in de nacht van 30 op 31 augustus 2018 tussen verdachte en een minderjarige pupille die als mentor werkzaam was in het asielzoekerscentrum.
De aangeefster verklaarde dat het seksuele contact tegen haar wil plaatsvond en dat zij dit kenbaar maakte aan verdachte. Verdachte ontkende aanvankelijk elk seksueel contact, maar kwam later terug op zijn verklaring en stelde dat het contact consensueel was en dat aangeefster hem valselijk beschuldigde uit angst haar baan te verliezen.
Forensisch onderzoek vond sporen van verdachte op kledingstukken van aangeefster, waaronder spermasporen. Getuigenverklaringen en camerabeelden boden echter onvoldoende steun om met de vereiste mate van zekerheid te concluderen dat sprake was van dwang. Het hof oordeelde dat er te veel twijfel bleef over de precieze toedracht en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De advocaat-generaal had een straf geëist, maar het hof volgde dit niet. Het arrest werd gewezen door een meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 november 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor dwang bij feitelijke aanranding.