De zaak betreft een klacht van erfgenamen tegen een notaris die als executeur was benoemd. De notaris stuurde een brief van de Belastingdienst en de aanslagen erfbelasting met aanzienlijke vertraging door aan de klagers. Tevens diende hij zonder hun instemming een pro-formabezwaarschrift in tegen de aanslagen.
De klagers hadden eerder een klacht ingediend bij de kamer voor het notariaat, die deels ongegrond werd verklaard. In hoger beroep bij het hof werd de klacht gegrond verklaard op het punt van onzorgvuldig handelen bij het doorzenden van belangrijke documenten en het indienen van bezwaar zonder instemming. Het hof bevestigde de eerdere beslissing van de kamer en achtte een maatregel niet noodzakelijk gezien de ernst van het verwijt.
Het hof veroordeelde de notaris tot vergoeding van de kosten van het hoger beroep aan klagers. De notaris had onvoldoende alertheid en zorgvuldigheid betracht, waardoor hij zijn kernverplichting schond. De uitspraak werd op 14 december 2021 openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam.