ECLI:NL:GHAMS:2021:3607
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens gebrekkige uitreiking en terugwijzing naar rechtbank
In hoger beroep is het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 8 oktober 2018 aangevochten door de verdachte. De tenlastelegging betrof een poging tot wederrechtelijke toeëigening op 27 april 2018 in Amsterdam.
De verdachte stelde dat hij niet op de terechtzitting in eerste aanleg was verschenen omdat hij niet van de zitting op de hoogte was gebracht. Het hof constateerde dat de dagvaarding weliswaar aan de griffier was uitgereikt, maar niet aan het door verdachte opgegeven woonadres. Omdat verdachte niet gedetineerd was en niet ingeschreven stond in de Basisregistratie Personen, vereiste de wet dat de dagvaarding aan het opgegeven adres werd uitgereikt.
Het hof oordeelde dat deze gebrekkige uitreiking de dagvaarding nietig maakt. Gelet op artikel 422a Sv vernietigde het hof het vonnis en wees de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam om opnieuw met inachtneming van dit arrest recht te doen.
De verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad, aangezien de dagvaarding niet correct is betekend. Het arrest is gewezen op 8 november 2021 door het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De dagvaarding in eerste aanleg is nietig verklaard en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor hernieuwde berechting.