ECLI:NL:GHAMS:2021:3607

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 november 2021
Publicatiedatum
23 november 2021
Zaaknummer
23-003652-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 Sv (oud)Art. 422a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens gebrekkige uitreiking en terugwijzing naar rechtbank

In hoger beroep is het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 8 oktober 2018 aangevochten door de verdachte. De tenlastelegging betrof een poging tot wederrechtelijke toeëigening op 27 april 2018 in Amsterdam.

De verdachte stelde dat hij niet op de terechtzitting in eerste aanleg was verschenen omdat hij niet van de zitting op de hoogte was gebracht. Het hof constateerde dat de dagvaarding weliswaar aan de griffier was uitgereikt, maar niet aan het door verdachte opgegeven woonadres. Omdat verdachte niet gedetineerd was en niet ingeschreven stond in de Basisregistratie Personen, vereiste de wet dat de dagvaarding aan het opgegeven adres werd uitgereikt.

Het hof oordeelde dat deze gebrekkige uitreiking de dagvaarding nietig maakt. Gelet op artikel 422a Sv vernietigde het hof het vonnis en wees de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam om opnieuw met inachtneming van dit arrest recht te doen.

De verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad, aangezien de dagvaarding niet correct is betekend. Het arrest is gewezen op 8 november 2021 door het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De dagvaarding in eerste aanleg is nietig verklaard en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003652-18
datum uitspraak: 8 november 2021
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-701692-18 tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1991,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 november 2021.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 27 april 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar die onbekend gebleven persoon is/zijn gegaan en/of dicht bij voornoemde is/zijn gaan staan en/of de rugtas en/of kleding van voornoemde heeft/hebben afgetast.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Nietigheid van de dagvaarding in eerste aanleg

Bij appelschriftuur van 29 oktober 2018 zijn namens de verdachte de grieven tegen het vonnis waarvan beroep opgegeven. Daarin is vermeld dat de verdachte niet bij de terechtzitting in eerste aanleg aanwezig is geweest, omdat hij daarvan niet op de hoogte is gebracht en dat vanwege nietigheid van de dagvaarding in eerste aanleg het vonnis om die reden moet worden vernietigd en de zaak moet worden teruggewezen naar de rechtbank.
Dat verweer slaagt.
De verdachte heeft bij monde van zijn raadsvrouw op 1 mei 2018 ter gelegenheid van zijn verhoor bij de rechter-commissaris als woonadres opgegeven [adres] . Blijkens een zich in het dossier bevindende akte van uitreiking is de inleidende dagvaarding om op 8 oktober 2018 ter terechtzitting te verschijnen op 20 augustus 2018 aan de griffier van de rechtbank Amsterdam uitgereikt. Niet gebleken is dat tevens is getracht de dagvaarding uit te reiken op het door de verdachte opgegeven adres in [adres], terwijl er geen omstandigheden zijn die erop wijzen dat dat adres toen als achterhaald moest worden beschouwd. Nu de verdachte ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding niet was gedetineerd en hij niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen, vereiste het bepaalde in artikel 588, aanhef en eerste lid, onder b, sub 2 van het Wetboek van Strafvordering (oud) uitreiking van die dagvaarding aan het genoemde adres in [adres].
Gehoord de advocaat-generaal en gelet op het bepaalde in artikel 422a van het Wetboek van Strafvordering, zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd wegens nietigheid van de inleidende dagvaarding. De zaak wordt teruggewezen naar de rechtbank Amsterdam om de zaak daar met inachtneming van dit arrest opnieuw te berechten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.