ECLI:NL:GHAMS:2021:3676

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2021
Publicatiedatum
25 november 2021
Zaaknummer
23-001743-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77h SrArt. 77m Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep oplichting via valse schermafbeelding bankapplicatie

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kinderrechter bevestigd, met uitzondering van de opgelegde taakstraf die het hof heeft gewijzigd. De verdachte werd veroordeeld voor oplichting door een slachtoffer te misleiden met een valse schermafbeelding van een bankapplicatie, waardoor het slachtoffer een telefoon verkocht zonder betaling te ontvangen.

De verdachte, geboren in 2001, werd aanvankelijk veroordeeld tot 50 uur werkstraf, subsidiair 25 dagen jeugddetentie. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal dezelfde straf gevorderd, deels voorwaardelijk, terwijl de raadsman een lagere straf van 25 uur werkstraf bepleitte vanwege verbeterde persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof heeft de ernst van het feit, de omstandigheden van het delict en de persoon van de verdachte meegewogen. Het hof benadrukte dat het vertrouwen bij transacties via advertentiewebsites is geschaad en hield rekening met de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting Jeugd. Gezien de verstreken tijd en toepassing van artikel 63 Sr Pro legde het hof een onvoorwaardelijke taakstraf van 30 uur werkstraf en 15 dagen jeugddetentie op.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 november 2021.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 30 uur en 15 dagen jeugddetentie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001743-21
datum uitspraak: 25 november 2021
TEGENSPRAAK(gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2021 in de strafzaak onder parketnummer
15-013845-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, zulks met uitzondering van de opgelegde taakstraf – in zoverre wordt het vonnis vernietigd – en met dien verstande dat het hof de gehanteerde bewijsvoering vervangt door de bewijsvoering die (in die gevallen waarin de wet dit vereist) in een later bij dit verkort arrest te voegen bijlage is vervat.

Oplegging van straf

De kinderrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen jeugddetentie.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen jeugddetentie, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De raadsman heeft het hof verzocht de verdachte een werkstraf voor de duur van 25 uren op te leggen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte bij het tenlastegelegde door anderen voor het karretje is gespannen en dat haar persoonlijke situatie sindsdien is verbeterd. Zij woont inmiddels bij haar moeder, studeert en heeft een bijbaan, aldus de raadsman.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting. Zij heeft een nietsvermoedende gebruiker van [website] op gewiekste wijze bewogen tot de afgifte van een door haar te koop aangeboden telefoon, door middels een schermafbeelding van een bankapplicatie te doen voorkomen alsof de overeengekomen koopprijs op de bankrekening van het slachtoffer was overgemaakt. Door het handelen van de verdachte heeft niet alleen het slachtoffer financiële schade opgelopen, maar is ook het vertrouwen geschaad dat door kopers en verkopers in elkaar moet kunnen worden gesteld bij transacties via dergelijke advertentiewebsites.
Omtrent de persoon van de verdachte heeft het hof kennis genomen van het door de Raad voor de Kinderbescherming ter terechtzitting in eerste aanleg gegeven advies, strekkend tot oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf.
Het hof heeft verder gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen aan minderjarigen plegen te worden opgelegd. Deze straffen hebben hun weerslag gevonden in de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting Jeugd van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarin wordt voor oplichting met schade van meer dan € 150,00 een taakstraf vanaf 40 uur genoemd. In strafmatigende zin houdt het hof echter rekening met de tijd die sinds het bewezenverklaarde is verstreken en voorts neemt het in aanmerking dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toepassing is, redenen waarom het hof, anders dan de advocaat-generaal, de verdachte geen voorwaardelijk strafdeel zal opleggen.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur passend en geboden. In hetgeen de raadsman heeft aangevoerd heeft het hof dus geen aanleiding gezien tot een nóg lagere straf te komen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde taakstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagen jeugddetentie.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. J.J.I. de Jong en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van
mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 november 2021.
Mr. A.W.T. Klappe is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
[…]