In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 september 2019 heroverwogen betreffende een verdachte met een psychotische stoornis die bedreigingen uitte in een virtuele wereld. De rechtbank had een TBS-maatregel met dwangverpleging opgelegd, hoewel de verdachte niet strafbaar werd verklaard voor enkele feiten en was ontslagen van rechtsvervolging voor andere.
Het hof heeft aanvullend multidisciplinair Pro Justitia-rapport van april 2021 bestudeerd, waarin werd vastgesteld dat de verdachte door zijn waanstoornis overtuigd is van een bedreiging, maar dat het risico op fysiek gewelddadig gedrag als beperkt wordt ingeschat. De verdachte vertoonde geen agressief gedrag tijdens detentie en werd als voorbeeldig beschouwd. Medicatie zou beperkt effectief zijn en een langdurige forensische begeleiding werd geadviseerd.
De verdediging stelde dat er geen gevaar was voor de veiligheid van anderen en dat TBS een te zwaar middel was. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis. Het hof concludeerde dat het vereiste gevaar voor oplegging van TBS ontbrak en dat de maatregel disproportioneel zou zijn. Het hof vernietigde daarom de TBS-maatregel met dwangverpleging, maar bevestigde het overige vonnis.
Hoewel geen TBS werd opgelegd, erkent het hof dat de verdachte hulp en behandeling behoeft, maar ziet het geen passende strafrechtelijke mogelijkheid daarvoor. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.