In hoger beroep is het vonnis van de politierechter vernietigd. De verdachte werd primair beschuldigd van bedreiging met een misdrijf tegen het leven en/of zware mishandeling door het bespugen van een politie-arrestantenwacht tijdens de coronapandemie. Het hof achtte dit niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van deze tenlastelegging.
Subsidiair werd bewezen verklaard dat de verdachte op 4 maart 2021 opzettelijk een ambtenaar, namelijk een arrestantenwacht van de Nationale Politie, heeft beledigd door hem in het gezicht te bespugen tijdens de rechtmatige uitoefening van diens bediening. Dit werd aangemerkt als eenvoudige belediging van een ambtenaar, een strafbaar feit.
Het hof legde een gevangenisstraf van één week op, waarvan de uitvoering voorwaardelijk werd gemaakt met een proeftijd van twee jaar. De straf is lager dan door het Openbaar Ministerie gevorderd, mede omdat het hof rekening hield met de ernst van het feit, de coronapandemie en de persoon van de verdachte. Tevens werd de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf met één jaar verlengd.