Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2021:3695

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 november 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
23-002856-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mensensmokkel: schuldig zonder strafoplegging wegens omstandigheden en termijnoverschrijding

In deze zaak stond de verdachte terecht voor mensensmokkel. Hij had een Syrische vrouw vanuit Griekenland illegaal naar Nederland gebracht door haar te laten reizen op het paspoort van zijn echtgenote. De politierechter veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk.

Het hof nam het hoger beroep in behandeling en bevestigde de bewezenverklaring van het feit. Mensensmokkel wordt gezien als een ernstig misdrijf dat het vertrouwen in internationale identiteitsdocumenten schaadt en strijdig is met de bestrijding van illegale toegang tot Nederland en de EU.

Echter, het hof hield rekening met de achtergrond en het motief van de verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn in de eerste aanleg. Daarom besloot het hof, in lijn met de advocaat-generaal, toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, waardoor de verdachte schuldig werd verklaard zonder straf of maatregel op te leggen.

Het arrest vernietigt de strafoplegging van de politierechter en bevestigt het vonnis voor het overige. Hiermee wordt recht gedaan aan de ernst van het feit en de bijzondere omstandigheden van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel wegens persoonlijke omstandigheden en termijnoverschrijding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002856-20
datum uitspraak: 24 november 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 december 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-058800-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Geen straf of maatregel

De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
Het hof heeft in hoger beroep bij zijn overwegingen over een eventueel op te leggen straf gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan alsmede op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een Syrische vrouw vanuit Griekenland Nederland binnengesmokkeld door haar op het paspoort van zijn echtgenote te laten reizen. Mensensmokkel druist in tegen de maatregelen tot bestrijding inzake de illegale toegang tot Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie. Daarnaast heeft het handelen van de verdachte het vertrouwen geschaad dat in het internationale personenverkeer in op naam gestelde (identiteits-)documenten moet kunnen worden gesteld. Gelet op de aard en de ernst van het feit is het hof van oordeel dat de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf in beginsel passend is.
Gelet evenwel op de achtergrond en het motief van de verdachte voor zijn handelen, zijn persoonlijke omstandigheden en de relatief forse overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg ziet het hof – met de advocaat-generaal – aanleiding in de onderhavige zaak toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, zodat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.P. van Heusden, mr. A.M. van Woensel en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid van mr. P.E. de Wildt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 november 2021.