ECLI:NL:GHAMS:2021:3696
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie in hoger beroep na vrijspraak rechtbank
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte werd vrijgesproken. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 10 november 2021 gaf de advocaat-generaal aan dat het openbaar ministerie geen rechtens te respecteren belang meer had bij de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Het hof heeft dit standpunt overgenomen en na overleg met de verdediging geoordeeld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Er was geen sprake van enig rechtens te beschermen belang bij voortzetting van de procedure.
Daarmee werd het hoger beroep van het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard en is de vrijspraak van de rechtbank gehandhaafd. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 10 november 2021.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de vrijspraak.