Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2021:3696

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 november 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
23-004199-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie in hoger beroep na vrijspraak rechtbank

Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte werd vrijgesproken. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 10 november 2021 gaf de advocaat-generaal aan dat het openbaar ministerie geen rechtens te respecteren belang meer had bij de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

Het hof heeft dit standpunt overgenomen en na overleg met de verdediging geoordeeld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Er was geen sprake van enig rechtens te beschermen belang bij voortzetting van de procedure.

Daarmee werd het hoger beroep van het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard en is de vrijspraak van de rechtbank gehandhaafd. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 10 november 2021.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de vrijspraak.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004199-17
datum uitspraak: 10 november 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 14 november 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-139251-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [woonplaats]

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis waarvan beroep. Blijkens de appelschriftuur was het hoger beroep gericht tegen de vrijspraak. In zijn e-mail van 19 oktober 2021 en op de terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2021 heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van dat hoger beroep en dat het openbaar ministerie daarin om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Gelet op het voorgaande en gehoord de verdediging, is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, het openbaar ministerie op grond van het bepaalde in artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.M. van Woensel en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van mr. P.E. de Wildt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 november 2021.