Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2021:3697

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 november 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
23-000092-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging zware mishandeling in drukke kroeg te Beverwijk

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland over een poging zware mishandeling op 27 december 2016 in een drukke kroeg te Beverwijk. De verdachte werd beschuldigd van het slaan en/of gooien van een glas in het gezicht van het slachtoffer.

Tijdens het hoger beroep ontkende de verdachte het tenlastegelegde. Het hof constateerde dat het dossier gegevens bevatte die moeilijk te rijmen waren met de verklaring van de verdachte en dat er geen getuigenverklaringen waren die de lezing van een worsteling ondersteunden. Tegelijkertijd was het incident plaatsgevonden in een drukke uitgaansgelegenheid met mogelijk alcoholgebruik, wat de betrouwbaarheid van verklaringen beïnvloedde.

De verklaringen met een belastende strekking sloten niet geheel op elkaar aan en er waren ook ontlastende verklaringen. Hierdoor kon het hof niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen wat er precies was gebeurd. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het tenlastegelegde. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig was bevonden.

De kosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 november 2021.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging zware mishandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000092-21
datum uitspraak: 10 november 2021
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 januari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-113821-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats]
adres: [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde in artikel 422, tweede lid, Wetboek van Strafvordering 2021, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 27 december 2016 te Beverwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, een glas in het gezicht van [slachtoffer] heeft geslagen en/of gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
zij op of omstreeks 27 december 2016 te Beverwijk [slachtoffer] heeft mishandeld door een glas in het gezicht van [slachtoffer] te slaan en/of te gooien.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere motivering van de vrijspraak van het tenlastegelegde komt.

Vrijspraak

De verdachte heeft ontkend dat zij het tenlastegelegde heeft begaan. Door de advocaat-generaal is vrijspraak gevorderd en de raadsman heeft eveneens bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken.
Het hof overweegt dat het dossier bepaalde gegevens bevat die moeilijk in overeenstemming te brengen zijn met de lezing van de verdachte van hetgeen is voorgevallen op 27 december 2016 in [plaats delict] te Beverwijk. Verder zijn er geen getuigenverklaringen die bevestigen dat de verdachte en de aangeefster, zoals de verdachte heeft verklaard, in een worsteling op de grond zijn gevallen. Daar staat tegenover dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat het incident heeft plaatsgevonden in een zeer drukke gelegenheid op een uitgaansavond in de nachtelijke uren. Het waarschijnlijke alcoholgebruik door verschillende getuigen brengt mee dat de nodige behoedzaamheid betracht moet worden bij de waardering van deze verklaringen. Daar komt bij dat de verklaringen die – kort gezegd – een belastende strekking hebben niet geheel op elkaar aansluiten, terwijl het dossier ook (uitgesproken) ontlastende verklaringen bevat. Het hof kan daarom al met al onvoldoende vaststellen wat zich precies heeft afgespeeld tussen de verdachte en de aangeefster op 27 december 2016 in [plaats delict].
Het voorgaande leidt ertoe dat het hof niet de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid is vast te stellen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.200,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij is in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom niet worden ontvangen in de vordering.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.M. van Woensel en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van L. Muyselaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 november 2021.
mr. L. Muyselaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.