ECLI:NL:GHAMS:2021:3731
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kinderalimentatie en veroordeling proceskosten in hoger beroep
In deze zaak staat het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam centraal, waarin de man werd verplicht kinderalimentatie te betalen voor zijn minderjarige zoon. De man verzocht om nihilstelling of vermindering van de alimentatie, maar het hof handhaafde de ingangsdatum van 22 maart 2019 en bevestigde de behoefte van het kind op basis van het netto besteedbaar inkomen van de ouders.
Het geschil spitste zich toe op de draagkracht van de man. Ondanks zijn aandeelhouderschap en bestuurderschap van meerdere vennootschappen, gaf hij onvoldoende inzicht in zijn werkelijke inkomsten en vermogen. Het hof concludeerde dat de man niet voldeed aan zijn stelplicht en bewijslast om zijn financiële situatie transparant te maken, waardoor het hof niet kon vaststellen in welke verhouding partijen naar rato van hun draagkracht moeten bijdragen.
Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en de man veroordeeld in de proceskosten van de vrouw, vanwege zijn gebrek aan openheid over zijn inkomen en vermogen. Hiermee werd afgeweken van het gebruikelijke principe van kostencompensatie in familiezaken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot betaling van kinderalimentatie en veroordeelt de man in de proceskosten.