ECLI:NL:GHAMS:2021:3812

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 juni 2021
Publicatiedatum
6 december 2021
Zaaknummer
25-002539-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs bij valsheid in geschrift en kredietfraude

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van valsheid in geschrift en poging tot oplichting door middel van een doorlopend krediet bij Santander Consumer Finance.

De tenlastelegging betrof het vervalsen van een bankafschrift en het indienen van een kredietaanvraag met valse documenten om een krediet van €3.500,- te verkrijgen. Tijdens het onderzoek bleek dat het bankafschrift was vervalst, maar het hof kon niet wettig en overtuigend vaststellen dat verdachte zelf de kredietaanvraag had ingediend of de documenten had toegezonden.

De advocaat-generaal vorderde vrijspraak, en het hof volgde dit oordeel. De vordering tot schadevergoeding van Santander werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd bevonden. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor valsheid in geschrift en poging tot oplichting.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002539-17
datum uitspraak: 29 juni 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van
de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer
15-058093-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1988,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 februari 2020 en 29 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het
Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte
en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 februari 2017 tot en met 9 februari 2017 te IJmuiden, gemeente Velsen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
een (kopie) van een bankrekeningafschrift (van de ABN AMRO) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door de naam- en/of adres- en/of woongegevens en/of de uitkomst van de af- en bijschrijvingen en/of het rekeningnummer en/of het IBAN-nummer op (de kopie van) het bankrekeningafschrift aan te passen en/of te wijzigen/veranderen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
2.
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 februari 2017 tot en met 9 februari 2017 te IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of
een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
Santander Consumer Finance Benelux BV te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het verlenen
van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een doorlopend krediet en/of een geldbedrag van € 3.500,-, door met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich voor te doen als een bonafide kredietaanvrager en/of een kredietaanvraag in te dienen en/of (vervolgens) de/een kredietovereenkomst en/of een doorlopende machtiging te ondertekenen en/of te retourneren aan die Santander Consumer Finance Benelux BV en/of daarbij te voegen (een kopie) van haar,
verdachtes, identiteitsbewijs en/of telefoonnummer en/of (een kopie) van een vals en/of vervalst en7of onjuiste bankafschrift alsof zij, verdachte, een toereikend tegoed op haar rekening heeft en/of een (kopie) van een (vals en/of vervalste en/of onjuiste) loonstrook alsof zij, verdachte werkzaam is en/of voldoende inkomsten heeft, althans door onjuiste financiële gegevens te verstrekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2
is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Op naam van de verdachte werd een aanvraag gedaan voor een doorlopend krediet met een limiet van
€ 3.500,00 bij Santander Consumer Finance Benelux BV (hierna: Santander). Santander heeft naar aanleiding van deze aanvraag verzocht de overeenkomst te ondertekenen en te retourneren, met kopieën van het identiteitsbewijs, bankafschriften en loonstroken van de verdachte. In de vervolgens toegezonden stukken werden door Santander onregelmatigheden geconstateerd op de kopie van het bankafschrift van de ABN AMRO bank. Uit nader onderzoek bleek dat het rekeningnummer toebehoorde aan de verdachte, maar dat het bankafschrift was vervalst.
Niet is komen vast te staan dat het de verdachte is geweest die het doorlopend krediet bij Santander heeft aangevraagd en/of de gevraagde stukken aan Santander heeft toegezonden. Wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Het hof is daarom van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij Santander Consumer Finance Benelux B.V.

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 165,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd en de raadsvrouw heeft betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
Het hof oordeelt als volgt. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij Santander Consumer Finance Benelux B.V.
Verklaart de benadeelde partij Santander Consumer Finance Benelux B.V. niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaaltdat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Clement, mr. P. Greve en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 juni 2021.
mr. M. Lolkema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.