Uitspraak
[verdachte]
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte was in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 20 oktober 2020. Het hof stelde vast dat door of namens de verdachte geen schriftuur met grieven was ingediend en ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis waren opgegeven. Daarnaast was niet gebleken dat er enig rechtens te respecteren belang bestond bij onderzoek van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld vanwege het ontbreken van een deugdelijke grondslag.
Het arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 februari 2021. De beslissing werd genomen in aanwezigheid van de griffier, zonder dat de verdachte of zijn raadsman grieven hebben ingebracht.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.