Op 16 april 2017 pleegde de verdachte te Alkmaar een overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in de rechtbank Noord-Holland veroordeelde de verdachte op 19 april 2018. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van zestien uren en acht dagen hechtenis. Daarnaast werd de verdachte ontzegd om gedurende zeven maanden motorrijtuigen te besturen. Tevens werd een bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging werd opgeschort onder voorwaarde van een proeftijd.
De ontzegging van de rijbevoegdheid zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. De uitspraak werd gewezen door mr. J.J.I. de Jong in aanwezigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier.