ECLI:NL:GHAMS:2021:3842
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- F.A. Hartsuiker
- V.M.A. Sinnige
- A.W.T. Klappe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding wegens vrijheidsbeneming zonder inverzekeringstelling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam waarin zijn verzoek tot schadevergoeding wegens vrijheidsbeneming voorafgaand aan inverzekeringstelling werd afgewezen. De strafzaak eindigde zonder strafoplegging en zonder toepassing van artikel 9a Sr (sepot wegens onvoldoende bewijs).
De rechtbank oordeelde dat artikel 89 Sv Pro geen vergoeding toekent voor de periode waarin een verdachte wordt opgehouden voor verhoor, maar pas vanaf het moment van inverzekeringstelling. Appellant voerde aan dat artikel 5 EVRM Pro bescherming biedt tegen willekeurige vrijheidsbeneming en dat deze bescherming rechtstreeks doorwerkt in de nationale rechtsorde, waardoor een vergoeding toch toekenningswaardig zou zijn.
Het hof stelde vast dat appellant slechts was aangehouden en opgehouden voor verhoor, zonder inverzekeringstelling, en dat de vrijheidsbeneming niet onrechtmatig was. Het hof volgde de rechtbank in de uitleg dat artikel 89 Sv Pro een voldoende implementatie is van artikel 5 EVRM Pro en dat de nationale wet voorrang heeft. Daarom bestaat geen recht op vergoeding. Ook voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure zag het hof geen gronden van billijkheid voor vergoeding.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking onverwijld aan appellant betekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat geen recht op schadevergoeding bestaat zonder inverzekeringstelling.