ECLI:NL:GHAMS:2021:3846
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- F.A. Hartsuiker
- V.M.A. Sinnige
- A.W.T. Klappe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens niet tijdig ingediend verzoek tot schadevergoeding na beëindiging overleveringszaak
Appellant stelde schadevergoeding te vorderen wegens de ondergane verzekering in een strafzaak en maakte kosten voor rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep. De overleveringszaak was formeel beëindigd op 30 november 2017 door intrekking van het Europees Arrestatie Bevel (EAB).
De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk omdat het originele, getekende verzoekschrift pas op 23 april 2018 werd ingediend, ruim na de drie maanden termijn na de formele beëindiging van de zaak. Appellant voerde aan dat de zaak pas op 13 december 2017 was beëindigd, maar kon dit niet onderbouwen.
Het hof bevestigde de niet-ontvankelijkheid en stelde dat de datum van 30 november 2017 als formele beëindiging geldt. Het verzoekschrift werd feitelijk op 8 maart 2018 ingediend, wat te laat is. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens niet tijdig ingediend verzoek tot schadevergoeding.