Op 9 oktober 2020 werd verdachte aangehouden in Amsterdam op verdenking van mishandeling. Tijdens de aanhouding verzette hij zich en spuugde hij meerdere keren op de grond. Nadat hem werd medegedeeld dat een spuugmasker zou worden opgezet, spuugde verdachte in het gezicht van een politieambtenaar.
Het hof moest beoordelen of verdachte opzet had om de politieambtenaar te bedreigen met zwaar lichamelijk letsel door besmetting met het coronavirus. Het hof oordeelde dat het spugen een onmiddellijke reactie was op het aanbrengen van het spuugmasker en dat het opzet op bedreiging niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van bedreiging.
Wel achtte het hof bewezen dat verdachte de politieambtenaar beledigde door in zijn gezicht te spugen tijdens de rechtmatige uitoefening van diens bediening. Gelet op de ernst van het feit, de coronapandemie en eerdere veroordelingen van verdachte, legde het hof een gevangenisstraf van één week op, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen het tweede tenlastegelegde feit.