ECLI:NL:GHAMS:2021:403

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2021
Publicatiedatum
16 februari 2021
Zaaknummer
23-002904-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens vernieling en mishandeling bevestigd

In deze zaak stond de verdachte terecht voor vernieling en mishandeling. Het hoger beroep was ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2019. Het hof heeft het hoger beroep deels niet-ontvankelijk verklaard, namelijk voor zover het gericht was tegen de beslissing met betrekking tot het eerste tenlastegelegde feit.

De rechtbank had eerder een vonnis gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld. Het hof heeft het beroep tegen dat vonnis onderzocht en geoordeeld dat het hoger beroep niet ontvankelijk was voor een deel van de tenlastelegging. Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de politierechter.

De uitspraak werd gedaan door het enkelvoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 11 januari 2021. De beslissing betekent dat het vonnis van de politierechter in stand blijft en dat het hoger beroep geen gevolgen heeft voor het bestreden deel van de tenlastelegging.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor het eerste tenlastegelegde en het vonnis van de politierechter is bevestigd.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-154384-19
parketnummer hoger beroep : 23-002904-19

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 11 januari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2019 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, in bijzijn van mr A.S. de Bruin, griffier.
mr. M.F.J.M. de Werd