ECLI:NL:GHAMS:2021:412

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
16 februari 2021
Zaaknummer
23-000366-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet met geldboete en hechtenis

In deze strafzaak stond het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder C van de Opiumwet centraal. De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van zeshonderd euro, te voldoen in drie termijnen van tweehonderd euro per maand, en twaalf dagen hechtenis. De hechtenis wordt bij gebreke van betaling vervangen door een gevangenisstraf van twee jaar.

Daarnaast bepaalde het hof dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de verdachte zich binnen een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. Zowel de verdachte als de advocaat-generaal deden ter terechtzitting afstand van het recht om in cassatie te gaan.

De uitspraak is gebaseerd op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en diverse artikelen uit het Wetboek van Strafrecht, waaronder 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63. De feiten vonden plaats op 1 september 2018 te Haarlem.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €600 en 12 dagen hechtenis, met proeftijd en gespreide betaling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-000636-19
parketnummer hoger beroep : 23-000366-20
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 22 januari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 februari 2020 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
gepleegd
op 1 september 2018 te Haarlem.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 600,00 (zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
12 (twaalf) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de
geldboetemag worden voldaan in
3 (drie) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 200,00 (tweehonderd euro).
Gewezen door mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van mr A.S. de Bruin, griffier.
mr. C.J. van der Wilt
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.