Uitspraak
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
€ 1.000,00 (duizend euro) bestaande uit € 500,00 (vijfhonderd euro) materiële schade en
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam van 3 september 2019, waarin de verdachte werd veroordeeld voor mishandeling. Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de beslissing over de vordering van de benadeelde partij.
De benadeelde partij had een vordering ingediend van €1.000, bestaande uit €500 materiële en €500 immateriële schade. Het hof wees de immateriële schade toe tot €500 en verklaarde de benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk, waarbij werd bepaald dat de overige vordering bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot betaling van in totaal €1.000 aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 augustus 2019. De duur van gijzeling bij niet-betaling werd vastgesteld op maximaal twintig dagen. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter voor het overige.
Uitkomst: Het hof wijst een immateriële schadevergoeding van €500 toe en past de geldboete aan, bevestigt het vonnis voor het overige.