Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Inleiding
2.Het verloop van het geding in eerste aanleg
3.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
De vrouw vorderde partneralimentatie van de man na hun echtscheiding, stellende dat haar samenwoning met een ander niet bewezen was. De man voerde aan dat de alimentatieplicht eindigde vanwege samenwoning met [X] als waren zij gehuwd, onderbouwd met diverse processen-verbaal en verklaringen.
Het hof nam de door de rechtbank vastgestelde feiten over en beoordeelde de aangeleverde bewijzen, waaronder verklaringen van partijen, getuigen en schriftelijke stukken. De vrouw ontkende samenwoning en voerde aan bij haar moeder te wonen, maar dit werd onvoldoende onderbouwd en strookte niet met eerdere verklaringen en omstandigheden.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een affectieve, duurzame relatie met wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding, waardoor de onderhoudsplicht van de man jegens de vrouw nooit is ontstaan. Het verzoek van de vrouw werd afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: De partneralimentatieverplichting van de man is geëindigd wegens samenwoning van de vrouw met een ander als waren zij gehuwd; het verzoek tot partnerbijdrage wordt afgewezen.