Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
De verklaring van de medeverdachte [medeverdachte], afgelegd bij de raadsheer-commissaris op 23 september 2020 in de strafzaak tegen de verdachte.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet. Het hof baseert zich op de verklaring van een medeverdachte die samen met verdachte pillen had gekocht en deze gezamenlijk aan vrienden zou verstrekken.
De verdediging voerde aan dat medeplegen niet bewezen kon worden omdat niet gezamenlijk over het geheel aan drugs werd beschikt. Het hof verwierp dit verweer op grond van de medeverdachte verklaring en overige bewijsmiddelen die gezamenlijk bezit en betaling bevestigen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 13 januari 2021. De strafkamer voegde een nadere bewijsoverweging toe aan het vonnis waarvan beroep, waarbij de verklaring van de medeverdachte centraal stond.
De uitspraak bevestigt het eerdere vonnis en leidt tot een veroordeling voor medeplegen, waarbij het hof de bewijsmiddelen heeft geactualiseerd en aangevuld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.