ECLI:NL:GHAMS:2021:4249
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis kinderrechter inzake greep op keel zonder aanmerkelijke kans op zwaar letsel
In hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter te Amsterdam heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis bevestigd. De zaak betrof een verdachte geboren in 2006 die werd beschuldigd van het vasthouden van de keel van een aangever.
Het hof heeft het dossier en de verklaringen van de aangever en getuige bestudeerd en geoordeeld dat de intensiteit en duur van de greep op de keel niet objectief vast te stellen zijn. De verklaringen verschilden en de tijdsindicaties van minderjarige betrokkenen werden als minder betrouwbaar beschouwd.
Hoewel er uitwendige bloeduitstortingen in de nek van de aangever waren, achtte het hof dit onvoldoende om te concluderen dat de greep een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel had kunnen veroorzaken.
De advocaat-generaal had een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden met een proeftijd van twee jaar gevorderd, maar het hof sloot zich aan bij het eerdere vonnis van de kinderrechter.
Het arrest werd uitgesproken op 4 november 2021 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de kinderrechter en oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de greep op de keel een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel veroorzaakte.