ECLI:NL:GHAMS:2021:4266
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken actuele en ernstige bedreiging ondanks ongewenstverklaring
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld wegens verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling. De verdachte, met de Spaanse nationaliteit, was ongewenst verklaard op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en verbleef op 29 september 2020 in Nederland.
Het hof stelde vast dat de ongewenstverklaring op die datum nog van kracht was, maar dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormde voor een fundamenteel belang van de samenleving. Dit oordeel baseerde het hof op het feit dat verdachte eerder een maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) had ondergaan en sindsdien niet opnieuw betrokken was bij strafbare feiten.
De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van twee maanden geëist, maar het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af.
Het arrest benadrukt de toepassing van artikel 27 van Pro de Verblijfsrichtlijn en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarbij strafrechtelijke veroordelingen op zich geen rechtvaardiging vormen voor maatregelen als ongewenstverklaring zonder actuele bedreiging.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 december 2021, waarbij de raadsman van verdachte niet gemachtigd was en de verdachte verstek liet gaan.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat geen actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging is vastgesteld.