ECLI:NL:GHAMS:2021:4271

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 december 2021
Publicatiedatum
10 januari 2022
Zaaknummer
23-000128-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.7 APV Amsterdam 2008Art. 6.1 APV Amsterdam 2008Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding verkoop lachgasballonnen op openbare weg

Op 9 februari 2020 hield de verdachte zich op de Korte Leidsedwarsstraat in Amsterdam op de openbare weg op met het doel lachgasballonnen te koop aan te bieden, wat in strijd is met artikel 2.7 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amsterdam 2008.

De kantonrechter sprak de verdachte vrij, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de overtreding had begaan.

Het hof overwoog dat de handel in lachgasballonnen regelmatig leidt tot overlast, samenscholing en vervuiling. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van de verdachte, legde het hof een voorwaardelijke geldboete van € 380,- op met een proeftijd van twee jaar.

De verdachte werd veroordeeld tot deze voorwaardelijke geldboete, waarbij de uitvoering wordt opgeschort tenzij hij binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 december 2021.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 380,- wegens het aanbieden van lachgasballonnen op de openbare weg.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000128-21
datum uitspraak: 30 december 2021
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (locatie Amsterdam) van 8 januari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-082228-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 december 2021.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 9 februari 2020 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten de Korte Leidsedwarsstraat heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of Pro 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 9 februari 2020 te Amsterdam zich op de weg, te weten de Korte Leidsedwarsstraat, heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of Pro 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of kalmeringsmiddelen of daarop gelijkende waar, te koop aan te bieden.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de APV Amsterdam 2008.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De kantonrechter heeft de verdachte van het tenlastegelegde vrijgesproken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 380,00.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich opgehouden op de openbare weg om ballonnen, gevuld met lachgas, te koop aan te bieden. Door zo te handelen heeft de verdachte overlast en hinder veroorzaakt. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de (ver)koop van lachgasballonen regelmatig gepaard gaat met het samenscholen van kopers en vervuiling van de directe omgeving door lege ballonnen.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte en met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2.7 en 6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 380,00 (driehonderdtachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 december 2021.
mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.M.P. Geelhoed en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.