Op 9 februari 2020 hield de verdachte zich op de Korte Leidsedwarsstraat in Amsterdam op de openbare weg op met het doel lachgasballonnen te koop aan te bieden, wat in strijd is met artikel 2.7 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amsterdam 2008.
De kantonrechter sprak de verdachte vrij, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de overtreding had begaan.
Het hof overwoog dat de handel in lachgasballonnen regelmatig leidt tot overlast, samenscholing en vervuiling. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van de verdachte, legde het hof een voorwaardelijke geldboete van € 380,- op met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte werd veroordeeld tot deze voorwaardelijke geldboete, waarbij de uitvoering wordt opgeschort tenzij hij binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 december 2021.