ECLI:NL:GHAMS:2021:4276
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens eerdere kantoorgenootschap
In deze zaak heeft een raadsheer-plaatsvervanger van het Gerechtshof Amsterdam verzocht zich te mogen verschonen in een civiele procedure die gepland stond op 8 december 2021. Het verzoek volgde op een bezorgdheid van een partijadvocaat, die aangaf dat de raadsheer-plaatsvervanger en zij tot 1 september 2020 kantoorgenoten waren in dezelfde advocatenmaatschap.
Het hof heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de raadsheer-plaatsvervanger subjectief niet onpartijdig zou zijn, oordeelde het hof dat de objectieve vrees voor partijdigheid door de eerdere professionele relatie voldoende zwaarwegend was.
Op grond hiervan heeft het hof het verzoek toegewezen en de raadsheer-plaatsvervanger toegestaan zich van verdere behandeling van de procedure te verschonen. De beslissing werd genomen door drie rechters en is gedateerd op 6 december 2021.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de raadsheer-plaatsvervanger wegens eerdere kantoorgenootschap is toegewezen.