Uitspraak
mr. A.B. Tekinerdogan, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. T. Schutte, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. T. Schutte,kantoorhoudende te Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam heeft in de zaak tegen Hollandbroom B.V. een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap vanaf 1 januari 2020, waarbij tevens een tijdelijk bestuurder, mr. R. Mulder, werd benoemd. De bestuurder verzocht ontslag vanwege het ontbreken van voldoende liquide middelen om zijn salaris te voldoen en het ontbreken van zekerheidstelling.
De verzoeker, [A], stelde dat de vennootschap zelf zekerheid moest stellen en verwees naar de aanwezige voorraden en liquide middelen, alsmede gelden die onrechtmatig door [B] aan de vennootschap waren onttrokken. De vennootschap en [B] stemden in met het verzoek van de tijdelijk bestuurder om ontslag, gezien de financiële situatie en het ontbreken van zekerheid.
De Ondernemingskamer achtte de stelling van [A] onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat geen uitzicht bestond op betaling van toekomstige declaraties van de tijdelijk bestuurder. Omdat aandeelhouders niet bereid of in staat waren de kosten voor te schieten, werd mr. Mulder ontheven uit zijn functie.
Daarnaast werd het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen beëindigd vanwege het gebrek aan financiële middelen en het ontbreken van een concreet financieringsvoorstel. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2021.
Uitkomst: De Ondernemingskamer ontheft de tijdelijk bestuurder en beëindigt het onderzoek en de voorzieningen wegens gebrek aan financiering en zekerheid.