Op 18 juli 2020 pleegde verdachte te Amsterdam diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, samen met anderen, en verduistering. De politierechter veroordeelde verdachte, waarna hoger beroep werd ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor een deel van de tenlastelegging en vernietigde het vonnis voor het overige. Het hof sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde verduistering, omdat dit niet bewezen was.
Voor de bewezenverklaarde diefstal veroordeelde het hof verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarbij de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht in mindering werd gebracht. Tevens werd de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen, waardoor een eerder opgelegde vrijheidsstraf van 168 dagen alsnog geheel moet worden ondergaan.