ECLI:NL:GHAMS:2021:4319

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 december 2021
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
23-001221-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak primair tenlastegelegde en veroordeling medeplichtigheid op grond van Opiumwet

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 27 december 2021 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen een verdachte geboren in 1997 te Amsterdam. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter van 29 april 2021 en deed in plaats daarvan opnieuw recht.

De verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, maar het hof verklaarde bewezen dat hij medeplichtig was aan het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet, gepleegd tussen 1 september 2019 en 22 oktober 2019 te Diemen.

De straf bestaat uit een taakstraf van zestig uur en een hechtenisstraf van dertig dagen, met een proeftijd van twee jaar. De taakstraf zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte zich binnen de proeftijd schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit. Zowel de verdachte als de advocaat-generaal hebben afstand gedaan van het recht om in cassatie te gaan.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van primair tenlastegelegde en veroordeeld tot taakstraf en hechtenis voor medeplichtigheid met proeftijd.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-290448-20
parketnummer hoger beroep : 23-001221-21
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 27 december 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 april 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
medeplichtig aan het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
gepleegd
1 september 2019 t/m 22 oktober 2019 te Diemen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, in bijzijn van J.L. Sterkenburg, griffier.
mr. H.M.J. Quaedvlieg
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.