ECLI:NL:GHAMS:2021:4350

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 oktober 2021
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
23-001337-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis hof Amsterdam inzake betrokkenheid bij invoer cocaïne

In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 april 2018, waarin verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij de invoer van cocaïne. Het openbaar ministerie vorderde een gevangenisstraf van 32 maanden.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 4 oktober 2021 heeft het hof het dossier en de standpunten van partijen zorgvuldig bestudeerd. Hoewel er aanwijzingen zijn die duiden op betrokkenheid van verdachte bij de invoer van cocaïne, acht het hof deze onvoldoende om te concluderen dat verdachte wetenschap had van de drugsinvoer.

Het hof sluit zich aan bij het vonnis van de rechtbank en bevestigt dit, waardoor de eerdere uitspraak in stand blijft. De gevangenneming wordt vastgesteld met ingang van de datum van het arrest.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 oktober 2021.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en verklaart dat de aanwijzingen onvoldoende zijn om wetenschap van invoer cocaïne te bewijzen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001337-18
datum uitspraak: 18 oktober 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-139376-17 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
ter terechtzitting opgegeven adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 oktober 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de advocaat-generaal de gevangenneming gevorderd met ingang van de datum en tijdstip waarop het hof uitspraak doet.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de onderhavige zaak in hoger beroep heeft het hof niet tot een ander oordeel gebracht dan de rechtbank. Het dossier bevat aanwijzingen die duiden op betrokkenheid van de verdachte bij de invoer van de cocaïne. Deze aanwijzingen zijn echter onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van dat de verdachte hiervan wetenschap had.
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. H.A. van Eijk en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
18 oktober 2021.
Mr. Van Eijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.