ECLI:NL:GHAMS:2021:4350
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis hof Amsterdam inzake betrokkenheid bij invoer cocaïne
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 april 2018, waarin verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij de invoer van cocaïne. Het openbaar ministerie vorderde een gevangenisstraf van 32 maanden.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 4 oktober 2021 heeft het hof het dossier en de standpunten van partijen zorgvuldig bestudeerd. Hoewel er aanwijzingen zijn die duiden op betrokkenheid van verdachte bij de invoer van cocaïne, acht het hof deze onvoldoende om te concluderen dat verdachte wetenschap had van de drugsinvoer.
Het hof sluit zich aan bij het vonnis van de rechtbank en bevestigt dit, waardoor de eerdere uitspraak in stand blijft. De gevangenneming wordt vastgesteld met ingang van de datum van het arrest.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 oktober 2021.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en verklaart dat de aanwijzingen onvoldoende zijn om wetenschap van invoer cocaïne te bewijzen.