ECLI:NL:GHAMS:2021:4392

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2021
Publicatiedatum
16 maart 2022
Zaaknummer
200.292.283/01OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling vergoeding onderzoeker in enquêteprocedure GVH Recycling B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een enquêteprocedure inzake GVH Recycling B.V. waarbij een onderzoek werd bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap vanaf 1 januari 2018. Mr. drs. E.A. Marseille RA werd benoemd als onderzoeker en mr. P.R. Dekker als bestuurder van GVH Recycling B.V.

Het onderzoek werd uitgevoerd binnen een vastgesteld budget van €30.500 exclusief omzetbelasting, gebaseerd op 100 uren onderzoek tegen een uurtarief van €250, reiskosten en juridisch advies. De onderzoeker rapporteerde 100 bestede uren en 10 reisuren tegen een lager uurtarief van €100 en een kilometervergoeding van €0,19.

De Ondernemingskamer beoordeelde de specificatie van de onderzoekskosten als voldoende en redelijk. Geen van de partijen maakte bezwaar tegen de verantwoording van de onderzoeker. Op basis hiervan stelde de Ondernemingskamer de vergoeding vast op €26.258,40 exclusief omzetbelasting en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vergoeding van de onderzoeker wordt vastgesteld op €26.258,40 exclusief omzetbelasting.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.292.283/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 16 maart 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JIW BEHEER B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
VERZOEKSTER,
advocaat: voorheen
mr. J. Oerlemansthans
mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GVH RECYCLING B.V.,
gevestigd te Helmond,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. G.J.M. Verburgen
mr. J.J. Bakker, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] ,
gevestigd te [....] ,
4.
[D],
wonende te [....] ,
5.
[E],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. G.J.M. Verburgen
mr. J.J. Bakker, kantoorhoudende te Amsterdam.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 1 en 2 juli 2021, 6 september 2021 en 7 maart 2022 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikking van 1 juli 2021 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van GVH Recycling B.V. over de periode vanaf 1 januari 2018 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van de procedure - een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van GVH Recycling B.V. benoemd.
1.3
Bij de beschikking van 2 juli 2021 heeft de Ondernemingskamer mr. drs. E.A. Marseille RA als onderzoeker en mr. P.R. Dekker als bestuurder aangewezen.
1.4
Bij de beschikking van 6 september 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 30.500, de verschuldigde omzetbelasting daarbij niet begrepen.
1.5
Op 3 maart 2022 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.6
Bij de beschikking van 7 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelede onderzoeksverslag aldaar ten inzage ligt voor belanghebbenden.
1.7
De onderzoeker heeft eveneens op 3 maart 2022 verantwoording van de door haar aan het onderzoek bestede uren met specificatie aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Daaruit blijkt dat in totaal 100 uren aan het onderzoek zijn besteed en 10 reisuren (tegen een uurtarief van € 100 en een kilometer vergoeding van € 0,19) zijn gemaakt. De onderzoeker is voor het bepalen van diens vergoeding ingevolge artikel 2:350 lid 3 BW Pro, uitgegaan van het onderzoeksbudget van € 30.500, dat sinds de beschikking van 6 september 2021 is gaan gelden. Dit bedrag was gebaseerd op 100 aan het onderzoek te bestede uren tegen een uurtarief van € 250 (exclusief btw), reiskosten van € 1.500 en inwinning van juridisch advies begroot op € 4.000.
1.8
Geen van partijen heeft gebruik gemaakt van de door de Ondernemingskamer geboden gelegenheid om zich uit te laten over de in 1.7 genoemde verantwoording met specificatie.
2.
De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakt kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.7 genoemde stukken. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 26.258,40, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. J.S.T. Tiemstra RA en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 16 maart 2022.