ECLI:NL:GHAMS:2021:4395

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 september 2021
Publicatiedatum
30 maart 2022
Zaaknummer
23-000623-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 28 september 2021 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 10 maart 2021. Namens de verdachte is op 27 september 2021 per e-mail kenbaar gemaakt dat het hoger beroep is ingetrokken. Noch de verdachte noch haar raadsman zijn ter terechtzitting verschenen.

Het hof heeft geoordeeld dat door het intrekken van het hoger beroep en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij verdere behandeling, de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De beslissing van het hof leidt ertoe dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard en de eerdere uitspraak van de politierechter in stand blijft. De uitspraak is gedaan door mr. M. Lolkema, in aanwezigheid van mr. S.K. van Eck, griffier.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-315202-20
parketnummer hoger beroep : 23-000623-21
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 28 september 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 maart 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Namens de verdachte heeft mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder, op 27 september 2021 per e-mail kenbaar gemaakt dat het hoger beroep is ingetrokken. Noch de verdachte noch haar raadsman zijn ter terechtzitting verschenen. Om die reden moet de verdachte geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te hebben getrokken, zodat zij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. M. Lolkema, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.
mr. M. Lolkema