Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland inzake diefstal gepleegd op 11 augustus 2018 te Zandvoort.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan de uitvoering werd opgeschort onder een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij tot materiële schadevergoeding van €1.310,10 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het delict.
Het verzoek van de verdachte om een verbalisant als getuige te horen werd afgewezen. De verdachte werd tevens veroordeeld tot betaling van de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, begroot op nihil tot de datum van uitspraak. De gijzelingstermijn werd vastgesteld op maximaal 26 dagen, waarbij betaling van één van de verplichtingen de andere verplichting doet vervallen.