ECLI:NL:GHAMS:2021:4446
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingskamer over verzoek tot verschoning rechter in civiele familierechtzaak
In deze zaak heeft een raadsheer-plaatsvervanger van het Gerechtshof Amsterdam verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van een civiele familierechtzaak gepland op 8 december 2021. Het verzoek volgde op een e-mail van de advocaat van een partij, die aangaf dat het niet wenselijk was dat de raadsheer-plaatsvervanger de zaak zou behandelen vanwege hun eerdere gezamenlijke verbondenheid aan hetzelfde advocatenkantoor tot september 2020.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de raadsheer-plaatsvervanger subjectief niet onpartijdig zou zijn, oordeelde de kamer dat de objectieve vrees voor partijdigheid gerechtvaardigd was vanwege de eerdere professionele relatie.
Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen om de onafhankelijkheid en het vertrouwen in de rechterlijke macht te waarborgen. De beslissing werd genomen door drie rechters en is gedateerd op 6 december 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de raadsheer-plaatsvervanger wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.