Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2021:4454

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 september 2021
Publicatiedatum
30 november 2022
Zaaknummer
23-001294-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36g SvArt. 279 SvArt. 450 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ongeldige volmacht en afwezigheid

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 14 september 2021 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 15 juni 2020. Verdachte was niet aanwezig bij de terechtzitting van 31 augustus 2021 en de schriftelijke volmacht tot het instellen van hoger beroep, ingediend door zijn raadsvrouw, voldeed niet aan de vereisten van artikel 450, derde lid, Wetboek van Strafvordering.

De oproeping voor de terechtzitting was verzonden naar het adres in Roemenië waar verdachte stond ingeschreven, conform de Basisregistratie Personen. Hoewel tijdens het politieverhoor een ander adres in Nederland was genoemd, werd dit adres als achterhaald beschouwd vanwege de latere inschrijving in Roemenië. Daarom was het niet noodzakelijk om de oproeping ook naar het Nederlandse adres te sturen.

De volmacht ontbrak de noodzakelijke verklaring dat verdachte instemt met ontvangst van de oproeping door de griffiemedewerker. Omdat verdachte niet aanwezig was en de verschenen raadsvrouw niet gemachtigd was volgens artikel 279 Sv Pro, verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ongeldige volmacht en afwezigheid.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001294-20
datum uitspraak: 14 september 2021
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 juni 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-060008-20 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1994,
adres: [adres01] .
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 augustus 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Aanwezigheidsrecht verdachte

De verdachte is op de terechtzitting in hoger beroep van 31 augustus 2021 niet verschenen. De oproeping voor die terechtzitting is, vergezeld van een vertaling in de Roemeense taal, op 20 augustus 2021 verzonden naar het adres in Roemenië waar de verdachte stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Het hof heeft geconstateerd dat geen afschrift van de oproeping is verzonden naar [adres02] , een adres dat tijdens het verhoor van de verdachte bij de politie op 8 maart 2020 ter sprake is gekomen als zijn woonadres. Voor zover dit adres al kan worden aangemerkt als een door de verdachte zelf opgegeven adres waarheen mededelingen over de strafzaak konden worden toegezonden als bedoeld in artikel 36g, eerste lid 1 onder a, Wetboek van Strafvordering (Sv), heeft te gelden dat dit adres als achterhaald kan worden beschouwd door de latere BRP-inschrijving (op het hierboven genoemde adres) in Roemenië op 1 april 2020. Verzending van een afschrift van de oproeping naar [adres02] hoefde dan ook niet plaats te vinden.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsvrouw heeft op 16 juni 2020 aan de griffie van de rechtbank een schriftelijke volmacht verzonden tot het instellen van hoger beroep namens de verdachte. Aan zo’n volmacht worden bepaalde eisen gesteld. Een van deze eisen luidt – ingevolge artikel 450, derde lid, Sv – dat de volmacht inhoudt de verklaring dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep. Deze verklaring ontbreekt in de onderhavige volmacht. Nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen en de wel verschenen raadsvrouw niet op de voet van artikel 279 Sv Pro was gemachtigd, concludeert het hof tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. A.M. van Woensel en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 september 2021.
=========================================================================
[…]