Uitspraak
Procesgang
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Voordeel uit bewezenverklaarde strafbare feiten
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
het hof begrijpt:
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die eerder was veroordeeld voor medeplegen van witwassen. Het openbaar ministerie vorderde aanvankelijk een bedrag van ruim 43 miljoen euro, dat later werd bijgesteld tot circa 974.000 euro. De rechtbank had een betalingsverplichting van ongeveer 255.000 euro opgelegd.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de ontnemingsvordering afgewezen. Het hof oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat de veroordeelde daadwerkelijk voordeel had genoten uit het strafbare feit. De bedragen die op Hongaarse rekeningen stonden, waren grotendeels overgemaakt en het was onduidelijk wat er met de ontbrekende bedragen was gebeurd. Ook de vermeende betalingen van medeverdachten aan de veroordeelde konden niet worden bewezen.
Het hof concludeerde dat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel daarom niet kon worden toegewezen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 maart 2021.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen omdat niet kan worden vastgesteld dat de veroordeelde voordeel heeft gehad uit het strafbare feit.