ECLI:NL:GHAMS:2021:506
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vermindering betalingsverplichting ontnemingsmaatregel wegens onvoldoende draagkracht verzoeker
De verzoeker was bij arrest van het hof in 2011 veroordeeld tot betaling van €1.086.051 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad had dit bedrag in 2013 verminderd tot €1.081.051 vanwege termijnoverschrijding. In 2019 verzocht de verzoeker om kwijtschelding of matiging van deze betalingsverplichting vanwege zijn financiële situatie en leeftijd.
Tijdens de procedure bleek dat het dossier niet meer beschikbaar was, waardoor de verdediging het verzoek niet volledig kon onderbouwen. Wel werd vastgesteld dat een deel van het bedrag was voldaan en dat het resterende bedrag waarschijnlijk was opgegaan aan levensonderhoud. Het onderzoek naar vermogen leverde geen relevante bezittingen op, en de verzoeker leeft momenteel van een bijstandsuitkering zonder uitzicht op toekomstige middelen.
Het hof achtte het aannemelijk dat de verzoeker onvoldoende draagkracht heeft om de betalingsverplichting te voldoen en besloot daarom de betalingsverplichting te verminderen tot de netto executieopbrengst van de nog af te wikkelen beslagen, waarmee de verzoeker feitelijk niets meer hoeft te betalen.
Uitkomst: De betalingsverplichting is verminderd tot de netto executieopbrengst van de nog af te wikkelen beslagen.