Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2] ,
[geïntimeerde sub 3],
1.Het geding in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Feiten
4.Beoordeling
5.Beslissing
.
Gerechtshof Amsterdam
Op 3 en 4 augustus 2016 zouden de passagiers met Emirates van Amsterdam via Dubai naar Jakarta vliegen. Door een ernstig ongeval op de luchthaven van Dubai werd het luchtruim tijdelijk gesloten, waardoor de passagiers met aanzienlijke vertraging aankwamen en hun aansluitende vlucht misten. Tijdens hun verblijf in Dubai hadden zij geen beschikking over hun koffers.
De passagiers vorderden compensatie op grond van de Europese Verordening 261/2004 en schadevergoeding op basis van het Verdrag van Montreal. De kantonrechter kende een forfaitaire compensatie toe en schadevergoeding voor vertraagde koffers, maar wees andere schadeclaims af wegens onvoldoende bewijs.
In hoger beroep oordeelt het hof dat Emirates onvoldoende heeft aangetoond alle redelijke maatregelen te hebben getroffen om de vertraging te voorkomen. De passagiers hebben recht op de volledige compensatie uit de Verordening en schadevergoeding voor gemaakte kosten door vertraagde bagage en telefoonkosten. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen, waarbij het hof het vonnis van de kantonrechter deels vernietigt en Emirates veroordeelt tot betaling van € 3.787,93 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Emirates wordt veroordeeld tot betaling van € 3.787,93 plus wettelijke rente en proceskosten aan passagiers wegens vertraging en vertraagde bagage.