Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
komt onder dezelfde voorwaarden ingeval van ontbinding in rechte toe aan de vennoot op wiens vordering de ontbinding is uitgesproken en in geval van het eindigen der vennootschap op de in artikel 2 bedoelde Pro wijze aan de vennoot aan wie de daar gemelde kennisgeving is gedaan;
niettijdig, dat wil zeggennietbinnen drie maanden na het overlijden van zijn vader [X sr.] , schriftelijk aan mij heeft verklaard de vennootschap met mij te willen voortzetten, een en ander als bedoeld in artikel 9 onder Pro g van de overeenkomst van 15 december 1968. Dat zo zijnde, duurt de genoemde vennootschap dus niet met [geïntimeerde] voort. In de overeenkomst uit 1968 wordt vervolgens in artikel 9 onder Pro h geregeld wat in dat geval heeft te gelden.