ECLI:NL:GHAMS:2021:695
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toepassing Nederlands huwelijksvermogensrecht en verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen, een man met de Nederlandse nationaliteit en een vrouw met de Amerikaanse nationaliteit, zijn in 2017 in New York gehuwd en daarna in Nederland gaan samenwonen. De vrouw vertrok in 2018 terug naar de Verenigde Staten en vroeg in november 2018 echtscheiding aan. De rechtbank had geoordeeld dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime en dat sprake is van een algehele gemeenschap van goederen, waarbij de woning bij helfte moet worden verdeeld.
De man stelde in hoger beroep dat het recht van Louisiana of New York van toepassing zou moeten zijn en dat de woning buiten de gemeenschap van goederen zou moeten blijven, al dan niet zonder verrekening. Hij voerde aan dat partijen niet de intentie hadden om het Nederlandse huwelijksvermogensrecht toe te passen en dat bijzondere omstandigheden een afwijking van de hoofdregel rechtvaardigen.
Het hof oordeelde dat het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing is en dat het eerste huwelijksdomicilie in Nederland lag, waardoor Nederlands recht van toepassing is. Er waren geen feiten of omstandigheden die een afwijking van de wettelijke gemeenschap van goederen rechtvaardigen. Ook de stelling van dwaling faalde omdat de man op eigen risico handelde. De man kon geen uitzonderlijke omstandigheden aantonen die een afwijking van de verdeling bij helfte rechtvaardigen.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees de verzoeken van de man in hoger beroep af. Ook het verzoek van de vrouw om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren werd afgewezen vanwege de zwaarwegende belangen van de man.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst de verzoeken van de man af; Nederlands recht is van toepassing en de woning wordt bij helfte verdeeld.