ECLI:NL:GHAMS:2021:7

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 januari 2021
Publicatiedatum
5 januari 2021
Zaaknummer
200.172.612/03 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:353 BWArt. 2:343 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot gebruik onderzoeksverslag in uittredingsprocedure inzake Heritage B B.V.

De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam heeft op 4 januari 2021 een beschikking gegeven in een zaak tussen Spala Investments N.V. en Heritage B B.V. (voorheen Teka B.V.) en andere belanghebbenden. Spala Investments verzocht om toestemming om mededelingen te doen uit een onderzoeksverslag dat was opgesteld naar het beleid en de gang van zaken van Heritage B B.V. over de periode vanaf 1 juli 2012.

Dit verzoek had betrekking op een lopende uittredingsprocedure bij de rechtbank Amsterdam, waarin Spala Investments en andere aandeelhouders vorderingen hadden ingesteld tegen Heritage B B.V. en andere aandeelhouders. Spala stelde dat het onderzoeksverslag relevant was voor de onderbouwing van hun standpunt, omdat de vordering gebeurtenissen en gedragingen betrof die in de onderzoeksperiode waren vastgesteld.

De voorzitter van de Ondernemingskamer overwoog dat het vertrouwelijkheidsbelang van de vennootschap minder zwaar woog omdat alle betrokken partijen in de uittredingsprocedure reeds over het onderzoeksverslag beschikten. Geen van de partijen maakte bezwaar tegen het verzoek. Daarom werd de machtiging verleend om mededelingen uit het verslag te doen en daaruit te citeren in de procedure.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is gegeven door voorzitter mr. G.C. Makkink, in aanwezigheid van griffier mr. F.L.A. Straathof, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2021.

Uitkomst: De voorzitter van de Ondernemingskamer verleent machtiging aan Spala Investments N.V. om mededelingen te doen uit het onderzoeksverslag in de uittredingsprocedure.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.172.612/03 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 4 januari 2021
inzake
1. de rechtspersoon naar het recht van Curaçao
SPALA INVESTMENTS N.V.,
gevestigd te Curaçao,
2.
[A],
wonende te [....] ,
3.
[B],
wonende te [....] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten:
D.J.F.F.M. Duynsteeen
mr. C.C.M. de Smet, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HERITAGE B B.V. (voorheen genaamd TEKA B.V.),
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat:
mr. J.W. de Groot, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

1.[C] ,

wonende te [....] ,

2.[D] ,

wonende te [....] ,
3.
[E],
wonende te [....] ,
4.
[F],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. A.R.J. Croiset van Uchelenen
mr. S. Alan, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
5. de rechtspersoon naar het recht van Zwitserland
EHAG A.G.,
gevestigd te Appenzell, Zwitserland,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: voorheen
mr. A.C. Siemonsen
mr. P.J. Bos, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans geen.
1.
Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoeksters tezamen met Spala c.s.;
  • verweerster met Teka;
  • belanghebbenden 1 tot en met 4 tezamen met [G] ;
  • belanghebbende 5 met EHAG.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de voorzitter van de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 3 augustus 2015, 2 en 8 december 2015, 15 februari 2016, 11 mei 2016, 23 september 2016, 24 oktober 2016 en 21 november 2016, alle in de zaak met nummer 200.172.612, en naar de beschikking van de Ondernemingskamer van 4 oktober 2017 in de zaak met nummer 200.206.277.
1.3
Bij de beschikkingen van 2 en 8 december 2015 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Teka over de periode vanaf 1 juli 2012 en mr. M. Holtzer benoemd als onderzoeker.
1.4
Bij brief van 20 oktober 2016 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.5
Bij de beschikking van 24 oktober 2016 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag met bijlagen, dat is neergelegd ter griffie van de Ondernemingskamer, aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.6
In de tweedefaseprocedure die is aangevangen met een verzoekschrift van Spala c.s. van 23 december 2016 en waarin EHAG een zelfstandig verzoek heeft gedaan, heeft de Ondernemingskamer op 4 oktober 2017 een beschikking gegeven. De verzoeken zijn daarbij afgewezen.
1.7
Spala c.s. hebben bij op 8 december 2020 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht hen te machtigen om mededelingen te doen uit het onderzoeksverslag en om dit te mogen overleggen in de uittredingsprocedure bij de rechtbank Amsterdam tussen Spala c.s. enerzijds en Teka en [G] anderzijds.
1.8
Geen van partijen heeft gebruik gemaakt van de door de voorzitter van de Ondernemingskamer geboden gelegenheid zich over het verzoek van Spala c.s. uit te laten.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Artikel 2:353 lid 3 BW Pro bepaalt dat het aan anderen dan de rechtspersoon verboden is mededelingen aan derden te doen uit het onderzoeksverslag, tenzij zij daartoe op hun verzoek door de voorzitter van de Ondernemingskamer zijn gemachtigd.
2.2
Spala c.s., aandeelhouders in Teka, hebben hun in 1.7 genoemde machtigingsverzoek gedaan met het oog op een door hen bij dagvaarding van 8 december 2020 tegen Teka en [G] , eveneens aandeelhouders in Teka, in gang gezette uittredingsprocedure in de zin van artikel 2:343 BW Pro bij de rechtbank Amsterdam. Spala c.s. willen het onderzoeksverslag in die procedure kunnen inbrengen en in dat kader daaruit mededelingen kunnen doen. Zij stellen een voldoende zwaarwegend belang daarbij te hebben, nu aan hun vordering gebeurtenissen, althans gedragingen van [G] ten grondslag liggen die zich in de onderzoeksperiode hebben voorgedaan en in het onderzoeksverslag aan de orde zijn gekomen. Alle bij de uittredingsvordering betrokken partijen beschikken reeds uit hoofde van de enquêteprocedure over het onderzoeksverslag, aldus Spala c.s.
2.3
De voorzitter van de Ondernemingskamer overweegt als volgt. Het komt bij een machtigingsverzoek als het onderhavige erop aan of het belang van verzoeksters bij het kunnen doen van mededelingen uit het onderzoeksverslag opweegt tegen het door artikel 2:353 lid 3 BW Pro beschermde belang van de vennootschap bij vertrouwelijkheid van het onderzoeksverslag. Het belang van Spala c.s. bij het verkrijgen van de machtiging is gelegen in het onderbouwen van hun standpunt in de uittredingsprocedure. Met betrekking tot het daartegen af te wegen belang van Teka bij vertrouwelijkheid is van belang dat de door Spala c.s. genoemde partijen in de uittredingsprocedure dezelfde zijn als de partijen in de enquêteprocedure – EHAG is volgens Spala c.s. ontbonden. Alle beschikken zij reeds over het onderzoeksverslag. Hierdoor komt aan het belang van Teka bij vertrouwelijkheid van het onderzoeksverslag minder gewicht toe dan aan het belang van Spala c.s. bij toewijzing van hun machtigingsverzoek. Teka noch [G] heeft, na daartoe door de Ondernemingskamer in de gelegenheid te zijn gesteld, bezwaar gemaakt tegen het machtigingsverzoek. De voorzitter van de Ondernemingskamer zal de verzochte machtiging verlenen op de hierna te vermelden wijze.

3.De beslissing

De voorzitter van de Ondernemingskamer:
machtigt Spala Investments N.V., [A] en [B] om in de uittredingsprocedure bij de rechtbank Amsterdam tussen Spala Investments N.V., [A] en [B] , Heritage B B.V. (voorheen genaamd Teka B.V.) en leden van [G] mededelingen te doen uit het verslag met bijlagen van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Heritage B B.V. (voorheen genaamd Teka B.V.), neergelegd ter griffie van de Ondernemingskamer op 24 oktober 2016, en in die procedure daaruit te citeren;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2021.