Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
[beklaagden](hierna: beklaagden) ter zake van meineed.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster diende een beklag in tegen het besluit van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen tegen drie zussen wegens meineed in een strafzaak over de ontvoering van haar dochters.
Het hof heeft het klaagschrift, het dossier en het ambtsbericht bestudeerd en klaagster in raadkamer gehoord. De zussen waren onder ede gehoord en beschuldigd van het afleggen van valse verklaringen die door hun broer waren ingegeven.
Het hof oordeelde dat voor meineed niet alleen een valse verklaring vereist is, maar ook opzet op het afleggen daarvan. Er was onvoldoende steunbewijs dat de verklaringen vals waren en dat de zussen wisten dat deze vals waren. Ook ontbrak bewijs voor het vereiste opzet.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs acht het hof vervolging niet opportuun en wijst het beklag af. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek of vervolging, ook niet voor de ex-man die mogelijk uitlokking zou hebben gepleegd.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs voor meineed en bevestigt het niet instellen van strafvervolging.