Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geintimeerden c.s.] ,
[Y] B.V.,
[Z] ADOVCATEN B.V.,
[A] PRAKTIJK B.V.,
[geïntimeerde sub 5] ,
[geïntimeerde sub 6] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grieven 1 en 2geklaagd over een aantal feiten, waarbij zij – naar het hof begrijpt – per abuis deels naar onjuiste rechtsoverwegingen verwijst. Het hof begrijpt
grief 1aldus dat het is gericht tegen het citaat dat onder 2.4 is opgenomen. Gelet op de toelichting is de grief evenwel niet zozeer gericht tegen het citaat zelf als tegen de uitleg van die bepaling. In zoverre is grief 1 vergeefs voorgesteld.
i) The remaining balance will be held by [C] in an Account for Mr [B] and Ms [appellante] pending further agreement of the parties or determination by the court as to how these monies are to be dealt with.
3.Beoordeling
6 tot en met 11hebben - kort samengevat - betrekking op een aantal verwijten van [appellante] aan het adres van [geintimeerden c.s.] die zien op de volgende onderwerpen: de door [geintimeerden c.s.] gevoerde strategie met betrekking tot de pensioenrechten; de peildatum voor de afrekening van de onroerende zaken; de waarde van de advocatenpraktijk van [B] en het optreden van mr. [geïntimeerde sub 6] op de zitting van 4 augustus 2015. Tot slot klaagt [appellante] over de hoogte van de declaraties, in het bijzonder het aantal in rekening gebrachte uren. Het hof zal deze grieven hierna bespreken aan de hand van de genoemde verwijten.
grieven 6 tot en met 11eveneens falen.
Grief 3, die opkomt tegen de afwijzing van de vorderingen tegen mrs. [geïntimeerde sub 5] en [geïntimeerde sub 6] , kan reeds daarom evenmin slagen.
4.Beslissing
.