Uitspraak
1.Het verdere geding in hoger beroep
2.De reactie van de notaris
“(….) Een kopie van haar paspoort (gebruikt voor identificatie) zat bij de stukken welke ik u ter hand heb gesteld in het kader van het royeren van de hypotheek (…)”.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak heeft klaagster een klacht ingediend tegen een notaris wegens vermeende schending van de identificatieplicht zoals voorgeschreven in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Het hof heeft in een eerdere tussenbeslissing aangegeven dat nadere informatie van de notaris nodig was om vast te stellen of de cliënt voorafgaand aan het verlijden van de akte correct was geïdentificeerd.
De notaris heeft vervolgens toegelicht dat de cliënt een bestaande relatie heeft en reeds in meerdere dossiers was geïdentificeerd, waarbij een kopie van het identiteitsbewijs was overgelegd. Tevens werkte de notaris samen met de advocaat van de cliënt, die voldeed aan de Wwft-eisen. Klaagster stelde dat de overgangsbepaling van de Wwft niet was nageleefd en dat zij belang had bij haar klacht vanwege mogelijke financiële nadelen.
Het hof oordeelt dat klaagster een redelijk belang heeft bij haar klacht, maar dat de notaris aan zijn identificatieplicht heeft voldaan. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard. De eerdere beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer wordt bevestigd en de klacht afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wegens schending van de identificatieplicht wordt ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd.