ECLI:NL:GHAMS:2022:1091
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet voldoen aan aangifteplicht liquide middelen bij grensoverschrijding
De verdachte werd in eerste aanleg schuldig bevonden aan het niet voldoen aan de aangifteplicht voor het vervoeren van liquide middelen van €10.000 of meer bij binnenkomst in de EU, maar er werd geen straf opgelegd. In hoger beroep werd betoogd dat de verdachte geen opzet had, omdat een bankmedewerker hem had geïnformeerd dat aangifte niet nodig was.
Het hof achtte het aannemelijk dat de verdachte geen opzet had, maar aangezien voor de overtreding geen opzet vereist is, leidde dit niet tot vrijspraak. Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte op 1 oktober 2019 op Schiphol geen schriftelijke aangifte deed terwijl hij €10.000 bij zich had bij binnenkomst in de EU.
Er werden geen omstandigheden gevonden die strafuitsluiting rechtvaardigen. Gezien de omstandigheden van het feit vond het hof dat geen straf of maatregel moest worden opgelegd. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met dezelfde inhoudelijke uitkomst.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard aan het niet doen van aangifte van €10.000 bij grensoverschrijding, zonder strafoplegging.