ECLI:NL:GHAMS:2022:1212
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis met afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 28 juli 2021. De verdachte, die gedetineerd is in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn, had beroep ingesteld tegen het vonnis. Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf uit 2018.
Het openbaar ministerie had in juli 2021 de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straf gelast voor vier weken, en de politierechter had deze vordering toegewezen. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal tevens gevraagd om verlenging van de proeftijd met één jaar, hetgeen door de raadsman werd ondersteund. Het hof heeft echter geoordeeld dat gezien de gewijzigde persoonlijke situatie van de verdachte, zoals beschreven in het rapport van GGZ Reclassering Fivoor, en het feit dat de verdachte reeds een lopende proeftijd heeft met bijzondere voorwaarden, toewijzing van de vordering niet opportuun is.
Daarom heeft het hof de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen en het vonnis van de politierechter op dat punt vernietigd. Voor het overige is het vonnis bevestigd. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 april 2022.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt afgewezen en het vonnis van de politierechter bevestigd voor het overige.