De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde het verzoek van Attexo OÜ en aanverwante partijen tot beëindiging van de enquêteprocedure tegen TAF Asset 11 B.V. en andere belanghebbenden. De enquête was ingesteld vanwege vermoedens van wanbeleid en onttrekking van circa 26 miljoen euro aan TAF. Attexo c.s. stelde dat zij een minnelijke regeling hadden getroffen en geen belang meer hadden bij voortzetting van het onderzoek.
Diverse partijen, waaronder Averline Holdings Limited en voormalig bestuurders van TAF, steunden het verzoek of betoogden dat het onderzoek niet langer noodzakelijk was. De OK-bestuurder en beheerder benadrukten echter het belang van TAF en haar schuldeisers bij voortzetting van het onderzoek en het handhaven van de getroffen voorzieningen. Een minderheidsaandeelhouder, [E], stelde dat de gronden voor het onderzoek nog steeds aanwezig waren.
De Ondernemingskamer oordeelde dat het belang van TAF en de minderheidsaandeelhouder zwaarder woog dan het belang van Attexo c.s. bij beëindiging. Daarom werd het verzoek tot beëindiging afgewezen. Daarnaast werd het verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het onderzoeksbudget van €180.000 naar €220.000 exclusief btw toegewezen, mede omdat de bezwaren van [E] waren komen te vervallen en hij bereid was het benodigde bedrag voor te schieten.
Tot slot werd mr. A.W.H. Vink benoemd tot nieuwe raadsheer-commissaris ter vervanging van mr. G.C. Makkink, die niet langer raadsheer was. De beschikking werd op 26 april 2022 in het openbaar uitgesproken.