ECLI:NL:GHAMS:2022:1315
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over omgangsregeling en kinderalimentatie na beëindiging relatie ouders
Deze zaak betreft een hoger beroep over de omgangsregeling en kinderalimentatie tussen de ouders van een minderjarige. De vader trok zijn verzoek tot omgang met zijn dochter in en verzocht om ontzegging van zijn omgangsrecht, maar het hof vond geen gronden voor ontzegging.
De ouders hebben een moeizame relatie met veel conflicten, die ook de dochter raken. De omgangsregeling was beperkt tot één weekend per maand, maar sinds april 2021 is er geen contact meer. De moeder verzocht om ontzegging van omgang vanwege de negatieve impact op het kind, terwijl de vader zijn verzoek tot omgang introk.
Het hof overwoog dat omgang met beide ouders belangrijk blijft voor de gezonde ontwikkeling van het kind. Er was geen bewijs dat omgang ernstig nadeel oplevert of dat de vader ongeschikt is. Daarom werd het verzoek tot ontzegging afgewezen en de bestaande omgangsregeling bekrachtigd.
Wat betreft kinderalimentatie stelde het hof vast dat de vader een minimale draagkracht heeft van €50 per maand, waaruit een bijdrage van €25 passend werd geacht. De moeder kreeg geen volledige toewijzing van haar verzoek tot €300, mede vanwege onvoldoende bewijs van hoger inkomen van de vader.
De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De beschikking van de rechtbank werd op onderdelen vernietigd en gewijzigd.
Uitkomst: Vader niet-ontvankelijk in omgangsverzoeken, omgangsontzegging afgewezen, kinderalimentatie vastgesteld op €25 per maand.